|
Moderne bestrijding van de muskus- en beverrat Onderzoek voorjaar 2005 |
||
|
Om de afvangcyclus te doorbreken zouden we eigenlijk in staat moeten zijn om de 10.000 moeren (ratten van het vrouwelijke geslacht) die de winter overleven af te vangen. Dit zou veel dierlijk leed en veel geld besparen. Om dit doel te bereiken zijn wij bezig geweest met verschillende methodieken. Te weten: De ratten akoestisch te verjagen en te vangen o.a. met ultrasoon geluid. De ratten met verschillende lok en geurstoffen aan te trekken. De ratten met een sterke waterstraal uit hun bouw te verdrijven. Uiteindelijk zijn er 3 praktische werkwijzen overgebleven: 1) geofysische opsporing van de gaten. 2) thermografische opsporing van de ratten. 3) het neutraliseren (vullen) van de gegraven gaten. Ad 1 Met behulp van een zogenoemde grondradar zijn we in staat alle gangen en pijpen met een doorsnede van 10 of meer centimeter op te sporen. De radar kan meters diep in de grond kijken en is vooral effectief bij hogere en grotere kades en terreinen. Deze methode wordt vooral toegepast daar waar gevaar bestaat voor de waterkeringen en daar waar gevaar bestaat voor verzakkingen. Ad 2 Hier werken we met behulp van een geavanceerde infraroodcamera, waarmee de warmte die door nesten wordt afgegeven onmiddellijk kan worden gelokaliseerd. Dit is mogelijk dankzij de hoge gevoeligheid van de nieuwste generatie detectoren, waarmee temperatuurverschillen van slechts 1/10 graad Celsius zichtbaar kunnen worden gemaakt. Ad 3 Als de gegraven gangen een gevaar voor de omgeving opleveren dan hebben we apparatuur en materiaal om de gangen water- en ratten vrij af te dichten. Als we volgens bovenstaande methodes de muskus- en bever ratten bestrijden, hoeven we door de grotere effectiviteit in de toekomst veel minder ratten te doden. Ook zullen er nul bijvangsten zijn en de werkomstandigheden zullen er voor de vangers sterk door verbeterd worden. |
![]() |
|
|
|
||